Brandwondenonderzoek voor dummies

brandwondenonderzoekDonderdag 13 maart was er een bijeenkomst voor alle onderzoekers die een subsidie van de Brandwonden Stichting krijgen. Op deze Wetenschapsdag presenteerden 20 promovendi de voortgang en meest actuele resultaten van hun onderzoek. En met elk zo’n 10 minuten spreektijd, werden de toehoorders getrakteerd op 200 minuten innovatie-updates op het gebied van littekens, infecties en contracties. ‘Super interessant, dus kom maar op met die samenvatting!’ denk je nu natuurlijk. Maar zonder een behoorlijke kennis van het brandwondenjargon, is een verslag van 200 minuten brandwondenonderzoek meer abracadabra dan boeiende kost. Daarom hieronder een spoedcursus brandwondenonderzoek voor beginners. En wie weet bevat de zin ‘De depositie van alfa-smooth muscle actin werd bepaald door middel van immunohistochemie.’ hierna geen geheimen meer voor je…

Hoofdstuk 1: over huid, wonden en littekens
De huid bestaat uit twee lagen: de epidermis en de dermis. Oftewel: de opperhuid en de lederhuid. Gaat die huid stuk, dan heb je een wond. Gaat die huid stuk door vlammen, hete vloeistoffen of een chemische stof, dan heb je een brandwond.  Het Totaal Verbrand Lichaamsoppervlak (TVLO) is het percentage dat weergeeft hoe erg het lichaam verbrand is. Bij een diepe tweedegraads of derdegraads brandwond is de dermis gedeeltelijk of compleet aangetast. Eenmaal stuk, kan die niet meer herstellen. Dus waar eens de dikke lederhuid zat, komt na een ernstige verbranding een litteken terug (huidfibrose). En die littekens zien er niet uit zoals gezonde huid. Soms zijn ze heel rood en bobbelig (hypertrofisch), dan weer groeit er een bult (keloïd). En een andere keer zorgen ze voor samentrekkingen van de huid bij gewrichten, waardoor bewegen onmogelijk wordt (contracties). Niet fijn dus, die littekens. Veel brandwondenonderzoek is er daarom op gericht littekens te verbeteren of te voorkomen.

Hoofdstuk 2: infecties & bacteriën
Het grootste gevaar bij brandwonden zijn infecties. Je huid biedt tenslotte bescherming tegen invloeden van buitenaf, zoals bijvoorbeeld schadelijke bacteriën. Maar als die bescherming op veel plaatsen kapot is, kunnen bacteriën gemakkelijk het lichaam binnendringen. De grootste trouble makers bij brandwondenpatiënten heten Staphylococcus aureus en Pseudemonas aeruginosa. Om deze bacteriën te verslaan, kunnen we steeds minder vertrouwen op antibiotica. Want voor degene die het gemist heeft: antibiotica-resistentie is tegenwoordig nogal ‘een ding’. We moeten dus nieuwe dingen verzinnen om die vervelende S. aureus en P. aeruginosa de kop in te drukken. Veelbelovend hierbij zijn zogenaamde peptides, oftewel: lichaamseigen antibiotica. In het lab wordt momenteel onderzocht hoe we die peptides kunnen namaken om zo infecties te voorkomen en te bestrijden.

Hoofdstuk 3: lappen stelen en andere chirurgenpraat
(Plastisch) chirurgen hebben zo hun eigen taaltje. Een stukje huid heet een plastiek of lap. Doe je met die lap testen in het lab, dan heet dat ‘ex vivo’. Maar verplaats, nee sorry ‘steel’ je een lap op het lichaam van de patiënt, dan heet dat gewoon een operatie. En als je de nieuwe operatietechniek wetenschappelijk wilt aantonen, dan onderzoek je dat ‘in vivo’ middels een multicenter studie in een randomized controlled trial. In Algemeen Beschaafd Leeks: een onderzoek naar een nieuwe operatietechniek die objectief in meerdere ziekenhuizen wordt uitgevoerd. Dat kan overigens zowel in de academie als de periferie (ziekenhuis met en zonder universiteit).

Hoofdstuk 4: jeuk
Het stond jaren bovenaan de wensenlijst van brandwondenpatiënten om onderzocht te worden: jeuk. Gelukkig is het onderwerp gretig opgepakt door de nieuwe generatie onderzoekers. Een brandwondencongres is dus niet compleet zonder een onderzoek over pruritus (de medische term voor jeuk). Maar omdat er wereldwijd nauwelijks onderzoek naar jeuk na brandwonden is gedaan, moeten we from scratch beginnen. Dat betekent: definiëren wat jeuk nou eigenlijk precies is, hoe je het kan meten, wat de mechanismen ervan zijn, welke behandelingen er al bestaan en in kaart brengen wanneer jeuk ontstaat.

Hoofdstuk 5: Afkortingen
Een bijeenkomst in de brandwondenzorg is eigenlijk niets meer dan het aaneen rijgen van afkortingen (afko’s). Een paar handige zijn: LDI (Laser Doppler Imaging), TVLO (Totaal Verbrand Lichaamsoppervlak), PAR (Protease Activated Receptor), RCT (Randomized Controlled Trial) en POSAS (Patient and Observer Scar Assessment Scale).

Epiloog: alleen als het significant is
Wil je echt voor doorgewinterde onderzoeker doorgaan? Neem dan deze tips ter harte: lach om elk stripje in een presentatie, bespreek alleen klinisch relevante, significante resultaten en, last but not least, wend nooit je blik af bij vieze foto’s. Dan zal niemand in de zaal merken dat het eigenlijk nog steeds allemaal abracadabra voor je is…

Één reactie Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s